De “perfecte date houding”.

“Dit is echt eng. Mijn eerste date. Wel een leuk restaurantje trouwens. Oh daar zit hij al. Ik zet gewoon door. Er is niets aan de hand. Het is maar een etentje… met een onbekende”. Resoluut stapt Elise op de lange man af die alleen aan een tafeltje zit. “Niet denken, maar doen. Hij kijkt trouwens zeer ongemakkelijk uit zijn ogen. Ben niet de enige met zenuwen”. Ze steekt haar hand uit en noemt haar naam. Aarzelend gaat hij staan, geeft haar een hand en zegt “Ferdinand van der Berg”. “Nou dan zal ik maar hier gaan zitten”. Elise gaat tegenover hem zitten en kijkt hem aan. Hij ziet er een beetje anders uit dan op de foto. Niet minder knap, maar anders, hij heeft wel iets. “Als u hier perse wilt zitten, dan moet dat maar” zegt Ferdinand en kijkt zelfs een tikkeltje vijandig.

“Wat een kneus van een vent. Hier heeft iedereen me al voor gewaarschuwd. Je moet ervan uit gaan dat je eerst een paar akelige ervaringen krijgt voordat je een normale date hebt. Iedereen staat op internet datingsites tegenwoordig. Dit is een hork, wat een onvriendelijke begroeting. Hij had toch wel een zinnetje kunnen instuderen in de trant van “fijn dat je er bent”. Nou ja hij kan er ook niets aan doen dat hij niet elegant is. Misschien heeft hij wel rare ouders. Het beste is de “perfecte date houding” in zo’n situatie. Aardig blijven en erboven staan”. Het meisje dat bedient brengt alleen Elise een kaart. Achter haar loopt een jongen met allerlei kommetjes en schaaltjes. “Dit is niet waar! Ferdinand heeft al besteld! Gaat hij nooit uit eten? Oh vreselijk, hij komt vast uit zo’n gezin waar iedereen al begint te schransen terwijl moederlief nog maar de helft van het eten op tafel heeft gezet. Het is toch maar niets dat daten! We hebben zo leuk gemaild en gechat. Ook tutoyeerden we elkaar. Hij had beloofd een oranje stropdas te dragen en is zelfs dat vergeten. Het is bovendien eventjes wennen aan zijn echte naam na al dat nick-name gedoe”. Elise leest de kaart vluchtig door en gehaast bestelt ze een gerecht.

“Toch maar een gesprek beginnen is het beste in deze situatie”. “Je hebt vandaag gewerkt”? “Ja zeker” antwoordt Ferdinand. “Ik ben advocaat en ik heb een aantal gesprekken gevoerd met cliënten. Heb tegenwoordig vooral veel echtscheidingen. Daar word je soms niet vrolijker van”. “Waarom heeft hij dan architect bij zijn beroep in het profiel gezet?” vraagt Elise zich af. Verbaasd kijkt ze hem aan. Hij glimlacht en ze ziet dat hij een onregelmatig gebit heeft. Dit doet er eigenlijk niet toe en staat zelfs wel leuk. Hij heeft prachtige ogen en iets heel aparts. Hij staat op en vraagt een tweede bord. “Je mag wel wat van mijn gerecht proeven, anders is dit ook zo ongezellig. Amerikaanse toestanden, lijkt het wel”. Nu het ijs gesmolten is, praat Ferdinand aan één stuk door en vergeet zelfs te eten. Inmiddels is het gerecht van Elise gebracht en ook haar eetlust is plotseling verdwenen. De schaaltjes blijven grotendeels vol. Na verloop van tijd vraagt de bediening of ze uitgegeten zijn en de dessertkaart willen zien. Ferdinand stelt voor om elders nog iets te drinken.


Verward door een plotselinge verliefdheid loopt Elise voor hem uit richting de uitgang van het restaurant. Ineens voelt ze dat iemand naar haar kijkt. Het is de tweede man deze avond met een nogal vijandige blik in de ogen. Hij zit bij het raam, draagt een oranje stropdas en heeft rode rozen in een champagne emmer gezet. De champagne fles staat leeg op de tafel. Die heeft hij alleen opgedronken.

Tekst ©Irma Ellens Maat