De Ploert

De Ploert , een categorie apart. Door een ingenieuze samenloop van omstandigheden hebben alleen briljante vrouwen met een IQ van boven de 145 het zelfhulpboek “Leer de mannen kennen” van Suzie-Ann Armstrong gekocht. Als je de schrijfster mag geloven, zijn de lezeressen stuk voor stuk slimme geweldige vrouwen en te goed voor deze wereld.

    Ik heb het epistel toegezonden gekregen van een dater, die mij wilde waarschuwen omdat ik volgens haar niet door had hoe erg het met de mannen gesteld is. Om onze wereld overzichtelijker te maken hebben we in ons hoofd overal indelingen voor: Winterkleding, zomerkleding, nachtkleding. Broodmes, aardappelschilmesje, gebaksvorkje. Shampoo, wasmiddel, tandpasta.

Wat wij vrouwen nog niet door hebben is dat ook mannen ingedeeld moeten worden en niet in de “mooie ogen”, “lieve glimlach” categorieën, maar in “de hartzeer mannen” of nog erger “moordzuchtige mannen” categorieën.

    Het uit het Engels vertaalde boek waarschuwt de elegante, fragiele en hyperintelligente vrouw tegen de gevaren van te veel vertrouwen. Het boek bestaat uit hoofdstukken die er niet om liegen; de psychopaat, de loser, de verrader en ga zo maar door.

    Keer op keer roept Suzie-Ann ons op om de ogen niet te sluiten, want dat kan de geweldige vrouw duur komen te staan. De “wij-vorm”in het boek moet het gevoel van saamhorigheid versterken.”Wij weten het wat het is om gekwetst, afgedankt of zelfs gemolesteerd te worden. Toch laten we ons keer op keer verleiden tot een huwelijk en zijn we gedoemd om mee te draaien in het toneelstuk dat civilisatie heet. Wij zijn allen, de geluksvogels zoals de lesbiennes en kloosterlingen daargelaten, veroordeeld om te leven in de schaduw van een man, die vaak geestelijk onvolwassen is. Als kleine beďnvloedbare meisjes werden we gehersenspoeld dat het ultieme geluk zou bestaan uit de Witte Jurk en de Gouden Ring, liefst met diamanten, om onze vinger”. Nog steeds herken ik me niet in haar woorden en voel ik zelfs een lichte irritatie bij de constante “wij-vorm”. Ik heb zelfs een beetje een ontheemd gevoel alsof ik iets gemist heb in deze wereld. Tot ik het laatste onthullende hoofdstuk lees, getiteld De Ploert, een categorie apart.


Deze man zul je niet bij een psychiater aantreffen.

Hij heeft een glimlach van oor en oor en op het eerste gezicht is er niets mis met hem. Kijk uit! Dit kan verraderlijk zijn. Aan zijn humeur valt weinig op te merken en daardoor denk je dat dit exemplaar oké is. Hij zal je niet lastig vallen met zijn muizenissen, hersenkronkels en depressies. Hij gaat zijn eigen gang en heeft een eigen programma. Af en toe krijg je aandacht als hij daar zin in heeft. Het lijkt soms alsof hij luistert, maar dit is schijn. Laat je niet bedriegen. Wellicht heeft de moeder van deze man hem verteld dat hij geweldig is en door zijn aangeboren simplisme heeft hij deze woorden voor waar aangenomen. Zijn deur is voor jou gesloten als hij met zijn eigen dingen bezig is en niet geclaimd wenst te worden. Eventueel bedenkt hij excuses als hij het rijk alleen wil hebben. Een week later staat hij op je stoep met een glimlach en een bos bloemen en is zich van geen schuld bewust. Hij stapt meestal snel over zijn uitglijders heen.

    Ineens valt het kwartje. Ik ga jaren terug in de tijd en ervaar een soort flashback.

    Eindelijk krijg ik een gevoel van herkenning.

    Levensgroot zie ik het vel papier weer voor me dat ik op de buitendeur geplakt had, beschreven met de volgende slordige hanenpoten: “Ik ben een week op vakantie. Maak je geen zorgen om de kat. Die redt zich wel”. Opnieuw hoor ik de voetstappen van mijn ex zich verwijderen. Suzie-Ann zou misschien verbaasd zijn als ze wist dat een persoon van de achtergestelde groep, de vrouwen, zich door haar boek, een ploert voelt en mannen en vrouwen helemaal niet zo gemakkelijk in categorieën in te delen zijn.

Tekst ©Irma Ellens Maat